Guppen

Wetenschappelijke naam: Poecilia reticulata
Familie: Poeciliidae
Herkomst: Noord-Brazilië, Guyana, Venezuela
Temperatuur: 18 - 28°C
Temperament: Vriendelijk
Onderling Temperament: Vriendelijk
pH: 7 – 8
GH: 1 – 19
Maximale Lengte Man: 4 cm
Maximale Lengte Vrouw: 6 cm
Geslachtsonderscheid: Vrouwen groter, en mannen prachtig gekleurd met vaak een mooie lange staart


Beschrijving
De eerste gup werd in 1908 uit Venezuela geïmporteerd. De gup is een sierlijk en kleurrijk visje, dat eenvoudig is te kweken en mede daardoor altijd een zeer populaire aquariumvis is geweest en nu nog is. Ze komen zo'n beetje in alle kleuren en vormen voor, wel is het mannetje altijd mooier gekleurd dan het vrouwtje. Behalve in aquaria worden guppen in de tropen ook in natuurlijke wateren uitgezet ter bestrijding van de malariamug (Net als de Gambusia). Het vrouwtje is meestal egaal grijs tot beige met weinig tekening op het lichaam, soms heeft ze wel een kleurrijke staart. De mannetjes heb komen in bijna alle kleuren, tekeningen en vinvormen. Je ziet veel een gigantische staart op de mannen, maar geef mij maar gewoon de wildkleur, met de kleine staart.

Verzorging
Het is niet ondanks dat dat wel vaak gezegd wordt niet een koudwatervis. Hij heeft het liefst een temperatuur van 22-24 graden. Maar is redelijk tolerant wat waterwaarden betreft kan zelfs in brakwater leven. Maar zorg ervoor dat het water schoon is. De vissen willen graag planten, vooral de jongen die zich daarin verstoppen. Verder is het een niet veeleisend visje.

Voortplanting
De bevruchting van de levendbarende tandkarpers plaats in het lichaam van het vrouwtje, daarvoor heeft het mannetje een speciale vergroeide (anaal)vin: het gonopodium. Daarmee brengt het mannetje het sperma in het lichaam van de vrouw. De Jongen ontwikkelen zich dan ook van ei tot jong in het vrouwtjeslichaam. De draagtijd van guppen bedraagt ongeveer 28 tot 30 dagen. De jongen verlaten de moeder met de kop naar voren. De grootte van de worp kan bij guppen liggen tussen de 20 en200 jongen, afhankelijk van de moeder. De pasgeboren guppen zakken snel naar de bodem en trachten na een korte pauze het wateroppervlak te bereiken om hun zwemblaas te vullen. Vanaf de geboorte zijn de guppen geheel onafhankelijk van de moeder. In tegenstelling tot vele andere vissoorten worden guppen volledig ontwikkeld geboren. Na het verteren van de dooierzak kunnen zij dan ook direct voedsel gaan zoeken. Jonge guppen zijn niet gekleurd en bezitten ook niet de uiterlijke kenmerken van het geslacht. Ook de vinnen zijn afgerond en doorzichtig, ook bij de mannen. Pas na enkele weken beginnen de jonge mannetjes te kleuren en zal de anaalvin tot gonopodium worden omgevormd.

Voeding
De gup is een alleseter.